De vliegenzwam (Amanita muscaria) is een algemeen voorkomende paddestoel in Nederland. Het is een makkelijk herkenbare plaatjeszwam met witte schubjes op een rode hoed, die door de regen makkelijk afspoelbaar zijn. In kinderverhalen en kinderliedjes speelt deze paddestoel - rood met witte stippen - soms een hoofdrol. De gespikkelde hoed, die een doorsnee van wel twintig centimeter kan hebben, is niet alleen een kleurrijke versiering van de bruinzwarte bosgrond, maar werd ook altijd in verband gebracht met tovenarij, kabouters en heksen.
Zijn naam dankt deze herfstpaddestoel aan het vroegere gebruik om de omgekeerde hoed in een schoteltje melk te leggen, waarna de vliegen die ervan aten bedwelmd raakten. De giftige vliegenzwam komt vooral voor bij berken en naaldbomen (den en spar) op zand- en op veengrond.
In de reusachtige berken- en dennenwouden in Oost- en Noord-Europa, Rusland en Siberië, komt deze paddestoel veel voor. Uit die streken kwamen ook de meeste berichten over de magische werking van de vliegenzwam, die in de Nederlandse handboeken van oudsher giftig tot zeer giftig wordt genoemd.