De Nederlandse benamingen liegen er niet om: heksenboleet, satansboleet, judasoor, heksenei (stinkzwam), duivelsei (idem), duivelskers (vliegenzwam), duivelsbrood, spokenbrood, wolvenbrood, jodenvlees, jodenkaas .... en niet te vergeten: de heksenkringen, de groepen van in een cirkel groeiende zwammen die op de nachtelijke dansplaatsen van heksen uit de grond schieten. In het volksgeloof is de associatie tussen heksen en paddestoelen zo hecht, dat de zwammen een onmisbaar onderdeel geworden zijn van hun beruchte magische brouwsels. In het bijzonder wordt daarbij de vliegenzwam genoemd als essentieel ingrediënt bij de bereiding van de toverdrank of heksenzalf die de heks in staat moet stellen naar de heksensabbat te vliegen. Horen we daarin nog een vage echo doorklinken van het gebruik van de vliegenzwam als sjamanistisch hulpmiddel voor de vlucht van de ziel naar het rijk van de Goden?