De vliegenzwam in het volksgeloof: demonisering van de paddestoel

Bron: Jurgen Vandebotermet
In het voorgaande hebben we terloops al heel wat aspecten van de fungilore - de volkse kennis (folklore) over fungi (paddestoelen) - behandeld. Toch is er nog een aspect niet aan bod gekomen, één dat wijst op het grote belang dat zwammen voor onze heidense voorouders moeten gehad hebben: de verregaande en wijdverbreide demonisering van de paddestoel.
In tegenstelling tot het mycofiele oosten en zuiden van Europa (de Slavische en de Romaanse wereld) zijn de bewoners van de oude Keltische en Germaanse gebieden regelrecht mycofoob te noemen: de zwammen die in de paddestoelentijd hele volkshorden Fransen en Russen het bos in lokken op zoek naar deze lekkernijen, worden door de Noord- en West-Europeanen met de grootste argwaan, zoniet regelrechte angst of vijandigheid, benaderd. Onze afkeer van de paddestoel - en dan heb ik het niet over de ordinaire champignons die in hun plastic verpakkingen in de winkelrekken liggen - is diepgeworteld, m.a.w. in onze cultuur verankerd.
De verklaring is uiteraard niet ver te zoeken: bij de christianisering van onze gewesten, werd alles dat ook maar vaag naar het traditionele heidense geloof rook onmiddellijk des duivels. Het cultische gebruik van paddestoelen moest dan ook met wortel en al uitgeroeid worden. Welke betere methode dan de heidense bevolking er angst en afkeer voor in te boezemen? Voortaan waren alle zwammen giftig (terwijl nagenoeg het omgekeerde het geval is) en des duivels. Dat daarmee ook een nuttige voedingsbron voor de gewone man verloren ging, zal de christelijke zeloten een zorg geweest zijn! Dat de Slavische en Romaanse gebieden - waar er ook een zekere demonisering heeft plaatsgevonden - toch mycofiel zijn gebleven, zou ik willen verklaren door te stellen, dat de cultische rol van de paddestoel daar al vóór de kerstening was uitgespeeld. Zwammen hadden daar geen heidens-religieuze betekenis meer die moest uitgewist worden. De Kerk is er dan ook nauwelijks tegen opgetreden.
De Nederlandse benamingen liegen er niet om: heksenboleet, satansboleet, judasoor, heksenei (stinkzwam), duivelsei (idem), duivelskers (vliegenzwam), duivelsbrood, spokenbrood, wolvenbrood, jodenvlees, jodenkaas .... en niet te vergeten: de heksenkringen, de groepen van in een cirkel groeiende zwammen die op de nachtelijke dansplaatsen van heksen uit de grond schieten. In het volksgeloof is de associatie tussen heksen en paddestoelen zo hecht, dat de zwammen een onmisbaar onderdeel geworden zijn van hun beruchte magische brouwsels. In het bijzonder wordt daarbij de vliegenzwam genoemd als essentieel ingrediënt bij de bereiding van de toverdrank of heksenzalf die de heks in staat moet stellen naar de heksensabbat te vliegen. Horen we daarin nog een vage echo doorklinken van het gebruik van de vliegenzwam als sjamanistisch hulpmiddel voor de vlucht van de ziel naar het rijk van de Goden?
Ook de pad moest in de klappen delen. Dit onschuldige dier zal vóór de kerstening beslist geen negatieve betekenis gehad hebben.
Padden hadden slechts één grote tekortkoming: ze hadden hun naam aan de zwammen gegeven, vanwege het volksgeloof dat ze op de hoedjes ervan kwamen uitrusten: padde-stoelen dus (vergelijk toadstool in het Engels, de benaming voor giftige paddestoelen, versus mushroom, dat de eetbare zwammen aanduidt). Sindsdien is ook de pad - die elders in de wereld een positieve betekenis draagt - een demonische en giftig dier, waarvan de verschijning ook nu nog veel mensen met afkeer vervult.

De connotatie tussen paddestoelen en heidense praktijken is bijna tot op de dag van vandaag in het volksgeloof blijven bestaan. Zo werd algemeen aangenomen, dat degene die niet goed gedoopt is (bij wie de priester tijdens het doopsel iets essentieels over het hoofd gezien heeft) bij het verzamelen veel paddestoelen zal vinden. Hem of haar zijn de zwamgeesten (elfen en kabouters) goed gezind, omdat hij/zij nog gedeeltelijk heidens is. In Ierland meende men, dat elke zwam die door een priester (een gewijd persoon) wordt waargenomen, zal omvallen: zijn blik verjaagt de elf die het leven van de paddestoel behoedt, zodat die ontzield achterblijft en afsterft.

Terug naar home