Trance-opwekkend middel bij de sjamanen in Siberië

Het sjamanisme is een religieus-magische techniek die de gebruiker ervan in staat stelt, d.m.v. een bewust opgeroepen trance, contact te maken met de wereld van de geesten. Die techniek kan in heel verschillende religieuze contexten voorkomen. Het sjamanisme is dus geen synoniem voor een welbepaalde religie of voor een stadium van de godsdienstige ontwikkeling van "de mensheid". Die techniek berust op de beheerste extase. Derhalve is niet elke extaticus een sjamaan.
Tijdens de trance verlaat de ziel van de sjamaan het lichaam en stijgt ze op naar de hemel of daalt ze af naar de onderwereld (de domeinen van resp. Goden en geesten), met als doel een overledene naar het dodenrijk te begeleiden of een zieke te genezen door diens ziel uit de onderwereld terug te brengen. Voor zijn reis doet de sjamaan beroep op de bijstand van bescherm- en geleidegeesten die hij zelf oproept en die meestal een diergestalte aannemen. De sjamaan verstaat dan ook de taal van de dieren. Tijdens zijn extase beleeft en herstelt hij de oertoestand van de mensheid, een toestand waarin de mens met planten, dieren, geesten en Goden kon communiceren.
In Siberië brengt de sjamaan zich, na een periode van vasten en ontberingen, in trance d.m.v. zang, dansen en trommelen en door het eten van gedroogde vliegenzwammen (drie of zeven, de heilige getallen). Die worden doorgaans 's avonds geconsumeerd, want de afdaling naar de onderwereld vindt altijd 's avonds of 's nachts plaats. Kenmerkend voor de werking van de paddestoel is, dat periodes van intense beweging en activiteit afgewisseld worden met periodes van katatonie (verstarring van het lichaam, glazige blik) of slaperigheid. Wanneer de zwam stilaan uitgewerkt raakt (na verscheidene uren) volgt er een diepe slaap. Gedurende de hele duur verkeert de gebruiker in een staat van blijdschap of euforie.

De sjamaan draagt ook speciale kleding met een mythische betekenis, niet zelden veren die hem het uiterlijk van een vogel geven. Een essentieel onderdeel van zijn uitrusting is de trommel, waarop allerlei kosmische symbolen staan en die gemaakt is van het hout van de berkeboom, in Siberië de heilige boom bij uitstek. In het midden van de tent waarin de sessie plaatsvindt, is trouwens een berkeboom opgesteld die met de top door het rookgat steekt. Er zijn zeven of negen inkepingen op aangebracht die de veelheid van hemelse werelden symboliseren die er volgens de Siberische kosmologie bestaan. Tijdens zijn trance beklimt de sjamaan de berk, wat de opgang van zijn ziel naar de hemel voorstelt. Die vlucht van de ziel geschiedt in de vorm van een vogel of op de rug van een paard (een heilig dier) dat vooraf geofferd werd. Of de sjamaan gebruikt een stok voorzien van een paardenkop als symbolisch voertuig. De trom, waarvan het ritme de trance oproept, wordt tevens als een symbolisch paard beschouwd.

De sjamaan is dus een bemiddelaar tussen de gewone wereld en de onderwereld enerzijds, de hemel anderzijds. Die drie kosmische zones uit de Siberische mythologie staan met elkaar in verbinding en worden geschraagd door een centrale as of pilaar, de wereldboom die de spil van het universum vormt, meestal de berk of de den. De tent met berkeboom is derhalve een microkosmos; het rookgat vormt de verbinding met de hemel. In de top van de Siberische wereldboom zit de arend, de afgezant van de Goden, bij de wortels van de wereldboom huist de slang. Ook de doden verblijven daar.
De vliegenzwam is in Siberië dus niet zomaar een hallucinogene plant, maar neemt er een centrale plaats in in de kosmologie en mythologie van de betrokken volkeren. Niettemin wordt ze er niet alleen voor sjamanistische trances genuttigd (sacraal, magisch-ritueel gebruik), d.w.z. voor hun bewustzijnsverruimende werking, maar ook voor profaan gebruik (alleen door mannen), omdat de gebruiker er een uitzonderlijke kracht (optillen van gewichten) en uithoudingsvermogen (bij het hardlopen) aan kan ontlenen, die soms bovenmenselijke proporties aannemen. Tevens heeft de vliegenzwam een sterk narcotiserende uitwerking, waardoor men ongevoelig wordt voor pijn. Soms wordt de gebruiker ook wild en gewelddadig, gewoonlijk bij overdadig gebruik. Tijdens deze woede-aanvallen schijnt hij strijd te leveren tegen verscheidene vijanden.
Een opmerkelijke gewoonte is, dat men dikwijls de urine drinkt van degene die vliegenzwammen gegeten heeft. Het actieve bestanddeel van de zwam (muscarine), blijft immers volledig in de urine aanwezig en heeft op die manier zelfs nog een sterkere uitwerking dan wanneer men de paddestoel rechtstreeks eet. Door de eigen urine te blijven recycleren kan de gebruiker zijn extatische periode verscheidene dagen laten duren.
Een belangrijk gegeven is, dat de vliegenzwam in de natuur in symbiose leeft met berk of den, wat tot wederzijds voordeel voor beide organismen leidt. Doordat de paddestoel op de wortels van de heilige boom groeit gaat hij delen in de heiligheid van de kosmische Wereldboom. Hij is er a.h.w. een miniatuurversie van. De oorsprong van de zwam vinden we ook terug in de Siberische mythologie: ze is ontstaan uit het speeksel dat door de Hemelgod, het Hoogste Wezen dat in de hemel zetelt, op de aarde werd gespuwd. Daarom heeft de heilige paddestoel ook zoveel kracht. Speeksel is in alle mythologieën trouwens een levensverwekkende stof.
Wijdverbreid onder de Siberische volkeren is de personificatie van vliegenzwammen. Ze belichamen geesten die de dwergvorm bezitten, met een uiterlijk dat aan de vliegenzwam doet denken (vergelijk onze kabouters met hun rode mutsen), en die als een aparte stam van kleine wezens beschouwd worden. Door het eten van de paddestoelen treedt men hun rijk binnen: de zich in trance bevindende mens praat met hen, leert van hen, wordt door hen in het rijk van de doden rondgegidst, of een blik in de toekomst gegund. Ze blijken ook van grappen te houden en mensen soms te bedriegen (net als onze kabouters).
De onderzoeker M. Eliade, die in 1951 een standaardwerk over sjamanisme publiceerde, was oorspronkelijk van mening dat het gebruik van hallucinogene paddestoelen om tot een religieuze extase te komen, niet authentiek is, maar een vrij recent verschijnsel dat op degeneratie wijst. Dat onderscheid tussen pure trance en onechte (kunstmatige, opgewekt met behulp van "drugs") berust echter op een onderliggend filosofisch en moreel vooroordeel dat geen basis heeft in de historische realiteit, zoals R.G. Wasson overtuigend heeft kunnen aantonen.

Er zijn immers doorslaggevende argumenten van historisch-taalkundige aard die de grote ouderdom van het gebruik van de vliegenzwam als sjamanistisch trancemiddel onderbouwen.

In de Oeralische talen van Siberië, Hongarije, Finland en Estland bestaat er nl. een complex van termen (woorden) die alle op de stam "pong" teruggaan en die zowel "paddestoel/vliegenzwam" betekenen, als "trommel, dronkenschap, roes" (wat het verband tussen zwam en sjamanistische trance bewijst). Die termen dateren van vóór de splitsing van de Oeralische taalfamilie in twee groepen, het Samojeeds in Siberië en het Fins-Oegrisch in Europa, een splitsing die door taalkundigen op 4.000 jaar vóór onze jaartelling gedateerd wordt (wat de hoge ouderdom bevestigt).

Bron: Jurgen Vandebotermet
Terug naar home
Vliegenzwam visions