De heilige paddestoel in de Oudheid


Bron: Jurgen Vandebotermet
Opvallend is de overeenkomst tussen het kosmologische wereldbeeld van de Siberische volkeren en dat van de Indo-Europese. Heel waarschijnlijk is er in het verre verleden, toen de Indo-Europeanen hun stamland nog niet verlaten hadden, een verregaande culturele uitwisseling geweest tussen beide bevolkingsgroepen. Daarop wijst het woord "sjamaan" zelf al (dat uit de taal der Toengoezen afkomstig is en via het Russisch in de andere Europese talen zijn intrede gedaan heeft). Die term zou oorspronkelijk immers ontleend zijn aan het Pali ("samana", in het Sanskriet "sramana"), vergelijk "samane" (= boeddhistische monnik) in het Tochaars (een Indo-Europese resttaal in Tibet). Het mag dan ook niet verbazen dat de diverse Indo-Europese volkeren elk hun eigen versie hadden van de vliegenzwamcultus, die zij uit hun moederland meenamen. De rijkste cultus vinden we terug bij de oude Indiërs.

De Soma van de Indiërs, de Haoma van de Perzen.



In de Rigveda, de oudste van de heilige Oudindische geschriften (die in oorsprong teruggaat tot de periode vlak na de vestiging van de oude Indiërs in het Indiase subcontinent, rond 1800 vóór onze jaartelling), is er op vele plaatsen sprake van de raadselachtige Soma, een term die zowel een plant aanduidt als het sap van die plant, en die zelf als een Godheid hoger dan Indra (de pendant van de Germaanse Donar of Thor) werd beschouwd. Tot voor kort had niemand enig idee om welke plant het
ging, en ook in India zelf was men de identiteit van die heilige plant volslagen vergeten. Tot Wasson in 1968 met veel over-
tuiging de goddelijke Soma als Amanita muscaria identificeerde.
Alleen wanneer men veronderstelt dat de Soma in feite een vliegenzwam is, wordt een groot aantal bloemrijke en bizarre passages in de mythische taal van de Rigveda plotsklaps begrijpelijk. Het is een plant geboren zonder zaad, maar waarvan de Goden de kiem legden via de zonnestralen uit de hemel (vergelijk het speeksel van de Hemelgod bij de Siberiërs), een plant zonder wortels, bladeren, bloesem, zaad of vruchten, maar met een "hoofd" (hoed) dat zijn omhulsel van zich afstoot (wanneer de amaniet door zijn vlies breekt), en met een felle, rode huid. Hij wordt ook "het enkele oog" genoemd en met de zon vergeleken. Elders heet hij "stut van de hemel" en "pijler van de wereld" (vergelijk de analoge voorstelling bij de Siberische volkeren van de heilige paddestoel als een verkleinde Wereldboom, die de spil van de schepping is), of wordt hij aangeduid als "navel van de goddelijke orde" (rtá) - de immanente kosmische orde die het universum regeert en waaraan het menselijke lot onderworpen is.
De Soma is ook de uier waaruit het heilige sap, dat honingkleurig is, gemolken wordt. Dat Somasap, dat eerst geperst en gefilterd en vervolgens gemengd wordt met water, melk, of honing wordt onmiddellijk, dus ongefermenteerd, gedronken. (Het woord "Soma" is trouwens afgeleid van het werkwoord "su", dat in het Sanskriet "persen" betekent.) Het is te vergelijken met de goddelijke nectar of ambrozijn die de Griekse Goden Hun onsterfelijkheid verleent. Want ook van de Soma wordt gezegd, dat hij de Goden amrita, d.w.z. onsterfelijk maakt. (De woorden amrita en ambrosia zijn trouwens etymologisch verwante termen.)

Door Soma aan Indra te offeren, verschaft de mens de Godheid een roes waaraan hij ook zelf deelneemt, want de offerende priester drinkt zelf van het Somasap. Net als bij de sjamanen in Siberië wordt ook de urine van de priesters (die "Soma plassen met volle blaas") gedronken, aangezien de hallucinogene werking van de vliegenzwam onverdund in de urine aanwezig blijft, waardoor de duur van de extase vele keren kan verlengd worden.
Soma wordt in de Rigveda ook nauw geassocieerd met donder en bliksem, wat veelbetekenend is omdat in de mythologie en het volksgeloof van de Indo-Europese volkeren paddestoelen in verband gebracht worden met regen, donder en bliksem, krachten dus die uit de hemel komen. Indra, de God van de strijd en de oorlog, maar vooral ook - met Zijn donder, bliksem en regen - van vitaliteit en vruchtbaarheid, wordt in de Rigveda altijd in één adem genoemd met de "koning der planten", de goddelijke Soma. Die nauwe connotatie tussen Indra en Soma vormt op zich dus al een sterke aanduiding voor de identiteit van Soma als paddestoel.
In de Vedische geschriften is er verder ook sprake van de roof van de Soma door een adelaar, die de Godendrank van de luchtelfen steelt en het van een berg af naar de Goden brengt. Die adelaar is aan Indra gewijd, ofwel is het Indra zelf die de gedaante van een adelaar aangenomen heeft. Het mag niet verwonderen dat we dat thema ook terugvinden in de Griekse mythologie - waar een adelaar nectar brengt aan Zeus - en in de Germaanse - waar de dichtermede door de dwergen Fjalar en Galar wordt gebrouwen en uit de berg van de reus Suttung gestolen door Odin zelf, die, in de gedaante van een arend, de Godendrank naar Asgard vliegt.
Die mythe bestond ook in Perzië, waar het sap werd geofferd van een heilige plant die door een adelaar uit de bergen omlaag was gebracht: de Haoma. In de heilige geschriften van de oude Iraniërs speelde deze Perzische tegenhanger van de Soma een grote rol. In de Avesta wordt de Haoma bezongen als een plant die de dood afweert, kracht en gezondheid schenkt en groei en vruchtbaarheid brengt. Die nauwe overeenkomst tussen Haoma en Soma is niet verwonderlijk als men weet dat de Perzen en Indiërs - de meest oostelijke loot aan de Indo-Europese stamboom - het langst zijn samengebleven vóór ze zich opsplitsten en zich in hun huidige thuislanden Iran en India vestigden.



De vliegenzwam bij de oude Grieken: de cultus van Dionysus
De vliegenzwam bij de Germanen: over berserkers en "Kvasirs bloed"


De vliegenzwam bij de Kelten: het gelag van Goibhniu

Terug naar home
Ga naar de Vliegenzwam bij de Germanen
Ga naar de Vliegenzwam en Dionysos
Ga naar de Vliegenzwam bij de Kelten