In de Keltische mythologie zijn er zo goed als geen sporen van het gebruik van de vliegenzwam terug te vinden. Dat is verwonderlijk, omdat we de Keltische wereld - tengevolge van zijn ligging aan de westelijke periferie van het Indo-Europese verspreidingsgebied - als eerder behoudsgezind zouden kunnen bestempelen. Het is immers een wetmatigheid dat aan de rand van een cultuurgebied, de oudste en meest archaïsche kenmerken het langst bewaard blijven (denken we maar aan de rijke Somacultus bij de oude Indiërs in het uiterste oosten en de berserkertradie in Noorwegen en IJsland, die daar in het hoge noorden nog tot in de middeleeuwen blijft bestaan).
Zo zouden we bij de priesterklasse van de uates (in Gallië) en de faíth (in Ierland) - met hun sjamanistische trekjes, hun kennis van de geheime krachten van de natuur (vooral van planten en bomen) en hun rol als zieners en voorspellers (zij kunnen de toekomst aflezen uit allerlei natuurverschijnselen, zoals de vlucht van de vogels) -