De vliegenzwam bij de oude Grieken: de cultus van Dionysus



Bron: Jurgen Vandebotermet
De vliegenzwam bij de Germanen: over berserkers en "Kvasirs bloed"


De vliegenzwam bij de Kelten: het gelag van Goibhniu

In de Griekse mythologie vinden we nog heel wat sjamanistische elementen terug.
Wie kent niet het verhaal van de musicus Orpheus, die in de Onderwereld af-
daalde om de ziel terug te halen van zijn geliefde, Euridice? Dat is een reis met
typisch sjamanistische thema's, zoals het overwinnen van hindernissen en het onder-
handelen met de koning van de Onderwereld. Volgens sommigen kwamen de oude
Grieken met het sjamanisme in contact via de Scythen, een Indo-Europees nomaden-
volk (nauw verwant aan de Indo-Iraniërs) dat de uitgestrekte steppen ten noorden
van de Zwarte Zee bevolkte.

Het lijkt echter veel logischer te veronderstellen dat de oude Grieken de sjama-
nistische technieken vanuit het Indo-Europese stamland naar hun nieuwe woonplaats
in het Griekse schiereiland meebrachten. Aan het begin van de Griekse cultuur-
geschiedenis staan immers legendarische figuren als Aristeas, Abaris en Epimenides, die tegelijk waarzegger, dichter, genezer en wijze zijn, en van wie de ziel het vermogen bezit naar willekeur het lichaam te verlaten voor een reis in ruimte of tijd, terwijl het lichaam in diepe slaap achterblijft.
Of de oude Grieken voor het opwekken van de sjamanistische extase de vliegenzwam gebruikten, is echter niet onmiddellijk aantoonbaar. Toch zijn er heel wat argumenten die er voor pleiten dat dat, althans in den beginne, zeker het geval was. Eén daarvan is de jaarlijkse gift van de legendarische Hyperboreeërs uit het hoge Noorden aan de Grieken ter gelegenheid van de Thargelia, een religieus feest ter ere van de God Apollo op het eiland Delos. Die gift bestond uit een schoof graan waarin een onbekende plant verborgen was, mogelijk enkele gedroogde exemplaren van Amanita muscaria.
Een andere aanwijzing vinden we in de Eleusinische mysteriën die te Athene werden gehouden en waarin het lot van de ziel na de dood centraal stond. Deze mysteriën waren nauw verbonden met Demeter en Persephone, Godinnen van de landbouw en van de vegetatieve cyclus van geboorte en dood. Ze kenden ook een geheime inwijding, op het hoogtepunt waarvan de initiandi een extatisch visioen kregen waarin ze konden communiceren met de doden in de Onderwereld. Naar alle waarschijnlijkheid werd hun trance mede veroorzaakt door een roesopwekende drank, waaraan mogelijk entheogene paddestoelen toegevoegd waren.
Stonden de mysteriën van Eleusis aan de rand van de geordende staat en godsdienst, de cultus van Dionysus - alhoewel een officieel erkende eredienst - was er een regelrechte omkering van.Tegenover het apollinische beginsel van redelijkheid, helderheid, evenwicht en maat staat immers het dionysische, dat zich kenmerkt door roes, vervoering, onmatigheid en wildheid. Het is in het dionysisme dat we de sterkste aanwijzingen vinden voor het cultische gebruik van de vliegenzwam bij de oude Grieken.

Dionysus, bij ons beter gekend onder Zijn Romeinse naam Bacchus, is vooral bekend als God van de wijn. Toch is Hij een hele oude Godheid, die al door de Grieken vereerd werd lang vóór zij met de druiventeelt en wijnbouw in contact kwamen (in het tweede millennium vóór onze jaartelling). Oorspronkelijk was Hij een Boomgod, de God van de sapstroom, het levenssap dat opstijgt uit de aarde (waarvan Zijn Griekse en Romeinse manifestaties, Dendritès en Liber, getuigen). Hij is dus vooral een chtonische God (zoals Demeter en Persephone), de God van de vruchtbaarheid die vanuit de Onderwereld opstijgt (alle leven wordt gevoed door wat dood is), en bijgevolg ook van de levenskracht en de seksualiteit.

De cultus van Dionysus was berucht omwille van zijn heftige en zelfs gewelddadige karakter en zijn opvallend seksuele en fallische dimensie. Zijn (voornamelijk vrouwelijke) volgelingen, de maenaden of bacchanten, raakten door hun God bezeten, waarbij ze zich te buiten gingen aan al wat in de geciviliseerde samenleving van de geordende stadstaat verboden was: ze hielden nachtelijke danspartijen op hoge bergen, vielen mensen en dieren aan die ze in stukken scheurden en rauw opaten, zoogden jonge dieren aan hun borst, speelden met slangen - Zo vond er een symbolische omkering van de beschaafde orde plaats.
In hun extase kenden ze een tijdelijke terugkeer naar de archaïsche natuurstaat, waarin de tegenstellingen tussen man en vrouw, ik en ander, mens en dier, mens en God, natuur en cultuur werden opgeheven en men opnieuw versmolt met de totaliteit. Door die orgiastische dronkenschap werd de mens terug opgenomen in de grote oerstroom van het leven en werd hij op mystieke wijze gereïntegreerd met de natuur waaruit hij was voortgekomen.

De goddelijke manie van Dionysus en Zijn gevolg werd opgewekt door dans en muziek, maar ook door levenssappen en elixers die uit de natuur werden gepuurd: wijn in latere tijden, daarvóór mede (de heilige honingdrank of nectar die bij alle Indo-Europese volkeren in hoge ere werd gehouden omdat hij de mens in een roes brengt die toegang verschaft tot de Andere Wereld, de wereld van de doden of de Goden), en oorspronkelijk, naar alle waarschijnlijkheid, het sap van de vliegenzwam (de heilige paddestoel of het ambrozijn dat de Goden Hun onsterfelijkheid verleent). Er zijn immers tal van elementen uit de mythologie en cultus van Dionysus die op Zijn oorsprong als paddestoel-Godheid wijzen.
Dionysus werd geboren als zoon van de aardse Godin Semele en de Hemelgod Zeus, die Haar met Zijn bliksem trof. Hiervóór bespraken we al de rol van paddestoelen als verbinding tussen hemel en aarde/onderwereld. Ook in Griekenland geloofde men, dat paddestoelen door de bliksem werden voortgebracht. Anderzijds werden paddestoelen er eveneens met de onderwereld geassocieerd, en Dionysus is bij uitstek een chtonische God. De stad Mycene zou gesticht zijn door Perseus, een volgeling van Dionysus, op een plek waar een paddestoel groeide. De naam van die stad is trouwens afgeleid van het Griekse woord voor "paddestoel": mukès. Dat woord betekent overigens ook "penis", wat de fallische symboliek in het dionysisme verklaart. De naam van het herfstfeest voor Dionysus, het Mysterion, zou dan ook een verbastering kunnen zijn van "myko-sterion", d.w.z.: "het ontspringen van paddestoelen".
Er is dan ook veel te zeggen voor de stelling dat de maenaden de vliegenzwam - de heilige paddestoel bij uitstek - gebruikten om hun goddelijke razernij op te wekken. Tijdens de bacchanalen werden perioden van intense en heftige activiteit immers afgewisseld met perioden van rust en stilte, wat typisch is voor de hallucinogene werking van Amanita muscaria. Dionysus' volgelingen gingen zich bovendien te buiten in bergen en bossen - voornamelijk in Thracië, waar de dionysische cultus sterk ontwikkeld was - de wildernisgebieden waar de vliegenzwam nu juist voorkomt. Tenslotte was één van de voornaamste gastbomen van de amaniet, de den, aan Dionysus toegewijd.

Terug naar home
Vliegenzwam
Ga naar de Vliegenzwam en de Germanen
Vliegenzwam bij Kelten
Vliegenzwam Dionysos