Deze opvallende paddestoel met zijn rode hoed met witte stippen staat bij jong en oud bekend als uiterst giftig. Die slechte reputatie is onterecht, want de Amanita muscuria, zoals ze in het Latijn heet, is zeker niet dodelijk, al kan het eten ervan wel heftig braken tot gevolg hebben. De zwam kwam aan haar naam doordat ze, vóór de intrede van de kunstmatige insekticiden, als vliegenvergif werd gebruikt. Daartoe werd het vlies met de witte stippen van de hoed getrokken en door melk of suikerwater geroerd. Toch bezat ze, tot vóór de kerstening, nog een andere, magische eigenschap, die mogelijk ook een verklaring voor haar merkwaardige naam kan geven: ze verschafte sommigen van onze voorouders immers het vermogen te "vliegen".