De natuur maakt tripmiddelen: ze zitten in de huid en urine van padden, in sommige paddestoelen en in sommige cactussoorten. Ook in sommige veelgebruikte kruiden zitten tripmiddelen, maar de hoeveelheid daarvan is zo klein dat hun effect niet te merken is.
Daarnaast worden tripmiddelen in laboratoria gemaakt, zoals bijv. LSD, een chemische stof die wordt gemaakt door een bepaalde schimmel. Deze middelen worden ook wel synthetische tripmiddelen genoemd.