Dat het de koning menens aws, bleek al een dag later. Op het vliegveld van Ganjaland, Flying High, landde de privé-jet van de Hoplandse president, die ook directeur was van het grootste alcoholbedrijf van zijn land.
Hij begroette de koning van Ganjaland als een oude vriend en troonde hem meteen mee naar de laadruimte van het vliegtuig. Daar stonden 5000 flessen van de allerbeste bieren, wijnen en whisky's, een cadeuatje van de president voor de koning.
Even later landden er achter elkaar liefst twintig vrachtvliegtuigen op Flying High, de eerste onderdelen van de nieuw te bouwen alcoholfabriek in Ganjaland, die de grootste van de wereld moest worden.
In de jaren na De Grote Overstap, zoals deze episode in de Ganjalandse geschiedenis genoemd wordt, verdween het geluk als sneeuw voor de zon.
De mensen kregen stress en werden ziek. De belastingen gingen naar omlaag maar niemand kreeg nog een uitkering, ook ouderen of pas afgestudeerden niet.
Er was veel geweld in de straten maar ook thuis, achter de gesloten gordijnen die vroeger altijd open waren.
De Ganjalanders waren in korte tijd heel egoïstische, agressieve mensen geworden.
De alcoholindustrie deed gouden zaken, bijna iedereen werkte in de nieuwe fabriek, maar gelukkig werd niemand ervan. Zelfs niet de koning, die van de president van Hopland nochtans alles had gekregen wat zijn hartje begeerde, tot de mooiste vrouw van de wereld toe. Jammer dat ze altijd dronken was.
En zo vervaagde heel snel de herinnering aan de gouden jaren van Ganjaland.
Vijftig jaar na De Grote Overstap wisten de meeste mensen niet eens meer waar de naam van hun land vandaan kwam en ze wilden het ook niet weten.
Tegen die tijd was Ganjaland ondergedompeld in een sfeer van afgunst, irritaties en latente dronkenschap.
Nog altijd dachten ze dat alcohol hun leven een extra dimensie gaf, dat ze alleen daardoor konden ontspannen en overleven, maar het tegendeel was waar.
En zo kwam na honderd jaar een einde aan Ganjaland, verscheurd als het was door sociale en familie conflicten, gebrandmerkt door talloze verkeersongevallen en zelfmoorden.
De koninklijke familie was gevlucht naar Hopland, gevolgd door wie nog wat geld had kunnen sparen.
De rest van de bevolking ging ten onder in de zinloze vechtpartijen en regionale conflicten.
Enkele overlevers probeerde nog om een ganjaplant te vinden, hoog in de bergen, de prachtige verhalen van hun grootvaders indachtig, maar de koning had destijds zoveel vergif gebruikt om de plantages te vernietigen dat de grond waardeloos was geworden, zelfs op de hoogst gelegen weien. Niet één plantje had het drama overleefd.
Ganjaland was 500 jaar lang het mooiste en gelukkigste land van de wereld geweest.