Ganjaland
Er was eens een land waar iedereen gelukkig was. Niemand voelde de behoefte om misdaden te plegen want iedereen had werk. En wie niet wilde werken, mocht gewoon thuisblijven, of kunstenaar zijn of op reis gaan. Je had dan wel niet zoveel geld als de anderen, zo onmetelijk diep was de schatskist van dat land nu ook weer niet... maar je kon er toch behoorlijk van leven. In dat land was ook geen stress of werd niemand ziek.
Het was ook nog eens een prachtig land, langs de kust eindeloze zandstranden, geen auto's in de steden en in het binnenland, tegen de flanken van de heuvels en bergen, eindeloze groene plantages. Ganjaplantages, want dat was natuurlijk de grote rijkdom van Ganjaland, zoals het gebied lang geleden genoemd was door de vroegste kolonisten.
De mensen van Ganjaland  maakten hout en papier van ganja, spijs- en brandstofolie, veevoer en koekjes, kleren en auto-onderdelen, thee en lomonade, kortom alles wat een mens nodig heeft in het leven.
Geen plant groeide zo snel en was zo sterk als de ganjaplant. Ganjaland hoefde bijna niets in te voeren maar voerde wel duizenden tonnen ganja uit.

Lang geleden hadden de mensen ook ontdekt dat je de bloemen van de ganjaplant kon roken, en dat je daar een lekker gevoel van kreeg. In Ganjaland rookte bijna iedereen dagelijks ganja, de meeste mensen van s'morgens tot s'avonds. Een paar uur werken en dan even chillen voor een spliff: dat was het dagritme van de Ganjalanders en daar voelde de bevolking zich perfect gelukkig bij.

Op een dag bracht de koning van Ganjaland een staatsbezoek aan Hopland. Het was eeuwen geleden dat een koning van Ganjaland nog naar Hopland was gereisd.
Op de televisie konden de Ganjalanders wel eens films zien uit Hopland en die wekten zo'n weerzin dat niemand zich ooit geroepen voelde om het buurland te bezoeken. Voor zover de Ganjalanders  al de behoefte hadden om op reis te gaan, want zoals we weten , waren ze allemaal heel gelukkig.
In Hopland rookten de mensen geen ganja maar dronken alcohol. Hun gedrag stuitte de Ganjalanders zodanig tegen de borst dat de alcoholindustrie in hun eigen land helemaal in elkaar was gestort.
De meeste mensen dronken toch al geen alcohol maar ieder beeld, ieder bericht, iedere film over alcoholgebruik in Hopland deed de  verkoop nog dalen. Verkeersongevallen, familiedrama's, vechtpartijen, zatte seks, zatte praat, zatte mensen: de Ganjalanders konden maar niet begrijpen dat de Hoplander zo diep waren weggezakt.

Maar toen de koning terugkwam uit Hopland liet hij onmiddellijk de regering bijeen roepen. Niet dat die iets te vertellen had, iedereen was toch al gelukkig? Maar de koning had een belangrijk besluit genomen en dat moesten de ministers zo snel mogelijk laten uitvoeren. Hoewel ze hun oren eerst amper konden geloven. Wilde de koning echt dat alle ganjaplantan vernietigd zouden worden en dat de mensen geen ganja meer zouden mogen roken?
Wilde hij ganja echt laten vervangen door hop en zo de hele industrie van Ganjaland omvormen?


Dat het de koning menens aws, bleek al een dag later. Op het vliegveld van Ganjaland, Flying High, landde de privé-jet van de Hoplandse president, die ook directeur was van het grootste alcoholbedrijf van zijn land.
Hij begroette de koning van Ganjaland als een oude vriend en troonde hem meteen mee naar de laadruimte van het vliegtuig. Daar stonden 5000 flessen van de allerbeste bieren, wijnen en whisky's, een cadeuatje van de president voor de koning.
Even later landden er achter elkaar liefst twintig vrachtvliegtuigen op Flying High, de eerste onderdelen van de nieuw te bouwen alcoholfabriek in Ganjaland, die de grootste van de wereld moest worden.

In de jaren na De Grote Overstap, zoals deze episode in de Ganjalandse geschiedenis genoemd wordt, verdween het geluk als sneeuw voor de zon.
De mensen kregen stress en werden ziek. De belastingen gingen naar omlaag maar niemand kreeg nog een uitkering, ook ouderen of pas afgestudeerden niet.
Er was veel geweld in de straten maar ook thuis, achter de gesloten gordijnen die vroeger altijd open waren.
De Ganjalanders waren in korte tijd heel egoïstische, agressieve mensen geworden.
De alcoholindustrie deed gouden zaken, bijna iedereen werkte in de nieuwe fabriek, maar gelukkig werd niemand ervan. Zelfs niet de koning, die van de president van Hopland nochtans alles had gekregen wat zijn hartje begeerde, tot de mooiste vrouw van de wereld toe. Jammer dat ze altijd dronken was.

En zo vervaagde heel snel de herinnering aan de gouden jaren van Ganjaland.
Vijftig jaar na De Grote Overstap wisten de meeste mensen niet eens meer waar de naam van hun land vandaan kwam en ze wilden het ook niet weten.
Tegen die tijd was Ganjaland ondergedompeld in een sfeer van afgunst, irritaties en latente dronkenschap.
Nog altijd dachten ze dat alcohol hun leven een extra dimensie gaf, dat ze alleen daardoor konden ontspannen en overleven, maar het tegendeel was waar.

En zo kwam na honderd jaar een einde aan Ganjaland, verscheurd als het was door sociale en familie conflicten, gebrandmerkt door talloze verkeersongevallen en zelfmoorden.
De koninklijke familie was gevlucht naar Hopland, gevolgd door wie nog wat geld had kunnen sparen.
De rest van de bevolking ging ten onder in de zinloze vechtpartijen en regionale conflicten.
Enkele overlevers probeerde nog om een ganjaplant te vinden, hoog in de bergen, de prachtige verhalen van hun grootvaders indachtig, maar de koning had destijds zoveel vergif gebruikt om de plantages te vernietigen dat de grond waardeloos was geworden, zelfs op de hoogst gelegen weien. Niet één plantje had het drama overleefd.
Ganjaland was 500 jaar lang het mooiste en gelukkigste land van de wereld geweest.  
Bron: Het grote weedgenietboek
         Karel Michiels
Terug naar home