De grote stad heeft een uitstraling die op bepaalde groepen een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent. Dit stedelijke leefmilieu heeft twee kanten: zo kan van Amsterdam gezegd worden dat er een artistiek en cultureel klimaat heerst, en aan de andere kant dat de criminaliteit er hoogtij viert. Criminaliteit wordt vaak in relatie gebracht met junks. Drugsgebruik -in het bijzonder cocaïne snuiven- hoeft echter niet automatisch te leiden tot criminaliteit en overlast.
Sinds enkele jaren wordt er door leden van de vakgroep Sociale Geografie van de Universiteit van Amsterdam onderzoek gedaan naar druggebruik onder de Amsterdamse bevolking. In 1987 werd een uitgebreid onderzoek verricht onder 160 ervaren Amsterdamse cocaïnegebruikers. Doel van dit onderzoek was een zo goed mogelijk beeld te krijgen van cocaïnegebruikers in de hoofdstad met betrekking tot hun cocaïne-gebruik (hoeveelheid, omstandigheden, lichamelijke en psychische effecten van cocaïne). Daarnaast wilde men duidelijkheid krijgen over wat voor soort mensen regelmatig cocaïne gebruikt en hoe dit gebruik zich in de loop der tijd ontwikkelt. Daartoe werd in 1991 een vervolgonderzoek gehouden waarbij zoveel mogelijk respondenten uit 1987 werden opgespoord en opnieuw werden ondervraagd. Tevens werd er een aantal personen geïnterviewd die na 1987 waren begonnen met cocaïnegebruik.
Sneeuwbal
Er bestaat geen bestand met namen en adressen van alle cocaïnegebruikers in Amsterdam. Dit is een geruststellend feit voor de gebruikers, want cocaïnebruik is tenslotte strafbaar. Voor onderzoekers betekent dit echter dat ze zelf de cocaïnegebruikers moeten zien te vinden.
Voor dit onderzoek werden de respondenten geselecteerd via de zogenaamde "sneeuwbal-methode". Vergelijking met een eerder gehouden representatief bevolkingsonderzoek toonde aan dat onze aldus verkregen steekproef nauwelijks afweek van de daarin aangetroffen groep cocaïnegebruikers.
Ruim de helft van de respondenten die na 1987 waren begonnen met regelmatig cokegebruik rapporteerde een inkomen van minder dan Fl.1.500,-- netto per maand. Ons sample bestond voor meer dan 75 procent uit personen die jonger waren dan 30 jaar. De verhouding mannen - vrouwen was ongeveer gelijk. Wel bleek dat vrouwen met een laag inkomen in ons sample enigszins waren oververtegenwoordigd. Het opleidingsniveau van de respondenten varieerde van lager onderwijs (5 procent) tot HBO en universitair niveau (45 procent)
Levensstijl
In het algemeen leeft men in Nederland met de opvatting dat een cocaïnegebruiker óf een soort junk is, óf dat hij of zij behoort tot de groep kunstenaars of rijke snelle zakentypes. Bovendien is men er veelal van overtuigd dat wanneer iemand eenmaal cocaïne heeft gebruikt, hij of zij zonder professionele hulp niet meer kan stoppen.
Het is ons gebleken dat cocaïnegebruik in alle lagen van de bevolking voor komt. Je treft het aan bij laagopgeleide werklozen, studenten en succesvolle managers. Veel genoemde beroepen zijn barkeeper (en andere beroepen in de horeca), en creatieve beroepen, zoals fotograaf, journalist, musicus, acteur, beeldend kunstenaar en schrijver. De overeenkomst tussen deze diverse cocaïnegebruikers is hun levensstijl. Ze maken relatief veel gebruik van stedelijke voorzieningen op recreatief gebied, zoals cafés, discotheken, restaurants en dergelijke. Bovendien maakt een groot deel van hen zelf deel uit van de stedelijke voorzieningen.
Tevens bleek dat cocaïnegebruik bij een bepaalde levensfase hoort. Naarmate men ouder wordt gaat men zich anders gedragen. Men krijgt een vaste relatie en de orientatie op het buitenshuis doorbrengen van de vrije tijd neemt langzaam af. Een aantal oudere respondenten gaf te kennen dat ze zichzelf te oud achtten om nog nachtenlang in discotheken door te brengen.
Deze constatering heeft verstrekkende gevolgen voor het vooroordeel dat wanneer je eenmaal cocaïne hebt gesnoven, je voor de rest van je leven verslaafd bent. Uit ons onderzoek blijkt dat mensen die jarenlang regelmatig cocaïne hebben gebruikt, zonder problemen hun gebruik drastisch minderen of zelfs helemaal met het gebruik van cocaïne stoppen. Toen we in 1991 een aantal cokegebruikers voor de tweede maal interviewden bleek 65 procent gedurende de laatste drie maanden voor het interview helemaal niets te hebben gebruikt.