De coca-plant
Coca (Erythroxylum coca) is een plant die zijn oorsprong vindt in Zuid-Amerika en die groeit op grotere hoogte. Coca wordt in het noordelijke Andesgebied in Zuid-Amerika, met name in Bolivia en Peru, gedronken als thee en gekauwd als middel tegen hoogteziekte en als stimulans voor arbeiders in de mijnbouw. Verder wordt het in producten als tandpasta verwerkt.

Het gebruik van coca is al heel oud. In nederzettingen in het noordoosten van Peru van meer dan vierduizend jaar oud, zijn cocabladeren aangetroffen.
Door het kauwen van coca neemt het uithoudingsvermogen toe, verbetert de ademhaling en de zuurstofwisseling, en wordt het verbruik van glucose gereguleerd. Om die reden wordt coca ook nu nog door inheemse volken als Aymara, Quechua, Arhuaco en Kogi  gebruikt.
Onderzoekers van Harvard Universityvonden dat cocablad een grote hoeveelheid kalk, ijzer en vitamines  bevat. Uit cocablad kan echter ook cocaïne worden gesynthetiseerd. De toenemende populariteit van deze drug heeft in de jaren tachtig geleid tot een drugsoorlog (War on Drugs), waarbij cocaplantages worden platgebrand of vanuit de lucht met pesticiden  worden besproeid.
De vele heilzame effecten van coca raken hierbij helaas op de achtergrond, en de inheemse cultuur van de coca kauwende volkeren dreigt te worden vernietigd.
van blad
tot
coke
Terug naar home